MV  'Shearwater Topaz'
Marbucon B.V.
Type Schip:
Duikmoederschip / Diving Support Vessel

Geïnstalleerd vermogen : 6600 kW, bestaande uit:
vier 6-cilinder MAN-motoren,  elk 1650 kW, die een generator aandrijven. De generatoren drijven de electromotoren van de twee in het achterschip geplaatste azimuth thrusters (Liaanen) en boeg- en hekschroeven aan. Het schip was uitgerust met een Kongsberg DP-systeem, ADP 503 MKI.

Het schip kwam in 1983 onder Nederlandse vlag in de vaart, maar werd in 1985 verkocht aan Essar Shipping, Bombay, India, waar hij een andere naam kreeg, Nand Rewant, en werd omgevlagd (in Leith, UK).
Begin van de jaren tachtig bleek de offshore-industrie een groeiende behoefte te hebben aan vaartuigen waarmee inspectie-, installatie- en onderhoudswerkzaamheden konden worden uitgevoerd aan onderzeese constructies. Om in die behoefte te kunnen voorzien, bestelde de in Rotterdam gevestigde rederij Conautic BV in 1981 bij Scheepswerf De Hoop een ultra-modern duikwerkvaartuig. Het schip moest onder meer uitgerust worden met een split-level duikcomplex (saturation diving tot 300 meter), voldoende kraancapaciteit, een dynamische positionerings-systeem, twee moonpools (één voor de duikklok en één voor gebruik als werkmoonpool), een groot helicopterdek waarop een Sikorsky S-61-N kon landen en een zo groot mogelijk obstakelvrij werkdek. Deze uitgangspunten werden verder uitgewerkt en bij de bouw van de schepen grotendeels gerealiseerd. De modelvorm van het nieuwe type schip werd uitgetest bij het Nederlands Scheepsbouwkundig Proefstation (MARIN) te Wageningen, waarvan de bevindingen werden verwerkt in het ontwerp. Voor een optimale veiligheid werden de schepen uitgerust met een dubbele bodem en een dubbele scheepshuid.
De 'Shearwater Sapphire' liep  een jaar later van stapel en vertrok direct na oplevering voor een langdurig contract naar Australië. De 'Shearwater Sapphire' was het eerste schip uit een serie van vijf, waarvan de laatste en tevens grootste - de 'Energy Supporter' - in 1985 werd opgeleverd. Het eerste schip van dit nieuwe type werd al snel gevolgd door het zusterschip ' Shearwater Topaz', waarvan in 1983 de bouwopdracht door Marbucon BV te Rotterdam werd gegeven. In 1984 volgden twee grotere, maar verder identieke schepen: de 'Deepwater 1' en 'Deepwater 2' (in een later stadium veranderd in 'Rockwater 1' en 'Rockwater 2'), besteld door twee Rotterdamse rederijen waarin de Amerikaanse offshore-maatschappij Brown  & Root een meerderheidsaandeel in heeft. Ook het Britse duikbedrijf Wharton Williams heeft een belang in deze rederij (verhouding 70-30%).
Als vijfde schip werd in 1985 door BV Scheepswerf 'De Hoop' te Lobith het duikmoederschip 'Energy Supporter' opgeleverd, waarvan het management door Workships BV uit Rotterdam wordt verzorgd. Eerder al waren de 'Shearwater Sapphire' opgeleverd aan Conautic BV, de 'Shearwater Topaz' aan Marbucon BV,  de 'Deepwater 1' aan Deep Marine Services BV en de 'Deepwater 2' aan Deep Ocean Services BV. De 'Energy Supporter' ten slotte werd gebouwd voor rekening van Friary Offshore BV. De oplevering van de 'Energy Supporter' vond uiteindelijk plaats aan Societa Armamento Navi Appogio te Rome, die het schip vercharterde aan de Braziliaanse Staatsoliemaatschappij Petrobras.
© 2004, Martin Baltes
 
 
In the beginning of the eighties the offshore industry had a growing need for vessels that were capable of doing inspections, installations and maintenance on underwater structures. As a result of that need the in Rotterdam based shipping company
Conautic BV ordered in 1981 a ultra modern diving support vessel with Shipyard 'De Hoop' in Lobith, Holland. The vessel had to be equipped, amongst others, with a split level diving spread, suitable for saturation diving at 300 meters water depth, sufficient cranage capacity, a dynamic positioning system, two moonpools - one for the diving bell and one as a working moonpool, a helicopter deck big enough to suit a Sikorsky S-61-N and an as big as possible working deck space. These criteria were further explorered and mostly realised  during the building of the vessel. The vessel's hull shape was tested with MARIN in Wageningen, Holland, which results were incorporated in the design. For optimum safety the ships were equipped with a double hull and bottom.
The 'Shearwater Sapphire' was finished one year later and departed immediately after the delivery to Australia for a long term contract. The 'Shearwater Sapphire' was the first vessel in a series of five, of which the last and largest one - the 'Energy Supporter' - was delivered in 1985. The first ship of this new type was quickly succeeded by sistership 'Shearwater Topaz', ordered for by Rotterdam based  Marbucon BV in 1983. Then in 1984 two bigger but further identical  vessels followed: the 'Deepwater 1' and the 'Deepwater 2' (renamed 'Rockwater 1' and 'Rockwater 2' later), ordered by two Rotterdam shipping companies in which the American offshore company Brown & Root was the largest stock holder. The other company, the British Wharton Williams, had 30% of the stock in the company.
The fifth and last vessel, the 'Energy Supporter', was delivered in 1985 by Shipyard 'De Hoop'. The management for the vessel went to Workships BV, located in Rotterdam. The earlier deliveries were the 'Shearwater Sapphire' to Conautic BV, the 'Shearwater Topaz' to Marbucon BV, the 'Deepwater 1' to Dep Marine Services BV and the 'Deepwater 2' to Deep Ocean Services BV. The 'Energy Supporter' finally, was built on the account of Friary Offshore BV, but the delivery took place to Societa Armamento Navi Appogio in Rome, Italy, who chartered the vessel to the Brasilian Oil Company Petrobras.