
STCW'95 PERIKELEN
Belangstelling in Walvisvaarder Willem Barendsz op DVD? Klik HIER voor o.a. een video-impressie.
Zeemansverhalen: zie onderaan deze pagina! Of klik hier.
Lees hier ook de binnengekomen reacties!!
|
De
hedendaagse toestand op zee STCW'95: Dé standaard voor zeelui? Een reactie
op
"Lezers schrijven door J. Veninga" : "De hedendaagse toestand op zee", in
“Schip en Werf de Zee” betreffende de voortdurende
veranderingen in wet- en regelgeving voor zeevarenden. Mijn
volgende bericht in reactie daarop, welke het blad niet
opnam. De geschriften van collega Veninga worden evenwel wel geregeld opgenomen. Kennis van de inhoud van de reactie van collega Veninga is echter niet noodzakelijk; het wordt hieronder allemaal duidelijk. Lees
het verhaal "MS Rowaya trip" (of een ander verhaal) hieronder eens door en geef uw mening aan mij door! Aanvullende
ideeën en ervaringen zijn welkom. Het is een verhaal van een collega-zeevarende over de geweldige resultaten en de grandiose vooruitgang door de STCW'95 certificeringen waarmee we allen zo blij zijn. |
|
De geachte heer en
collega Veninga heeft het geheel aan het rechte eind, maar het moet mij van het
hart, dat hij een aantal zaken over het hoofd heeft gezien, wellicht doordat
hij daarmee ook niet te maken heeft (gehad) in zijn loopbaan, en dat zijn eindconclusie niet het einde
mág zijn. Ik begrijp, dat als je 42 jaar heb gevaren je welhaast aan
pensionering móet denken en het zal ook wel niet erg ver weg zijn, maar na dhr.
Veninga hopelijk nog vele andere zeevarende landgenoten. Zijn eindconclusie "Het zal
mijn tijd wel duren" is mij derhalve iets te kort door de bocht, maar wel tekenend en juist de reactie die de scheepseigenaren verwachten, waardoor zij steeds weer kunnen doorgaan met hun wanbeleid t.a.v. zeevarenden. We zullen
er met z’n allen toch nog iets aan moeten doen, om de veel te ver gaande
regelgeving een andere koers te laten varen, door de vingers hard op de zere plekken
te drukken. Misschien dat dit bericht een aanvang daarvan zal kunnen gaan
bewerkstelligen, want, het móet nog maar weer eens gezegd: het gaat echt té ver. Eerst
iets over mijzelf. Ik vaar nu reeds ruim 30
jaar, waarvan meer dan 20 jaar als HWTK op de meest uiteenlopende soorten schepen, maar
meestal in de offshore gerelateerde bedrijfstak, waarbij het constante
gebruik van de Engelse taal onvermijdelijk was voor enig succes in het werk.
Tegenwoordig werk ik als ‘freelance’ scheepswerktuigkundige op allerlei
schepen, met vlaggen van de gehele wereld, met bemanningen uit de gehele wereld
(maar vooral Engels-sprekende, want in het bekrompen Nederland kom ik niet meer aan de bak, want ik accepteer de lage gages niet, zoals die aan exotische zeelieden wordt gegeven;
ik zal dus nu wel op een zwarte lijst staan), met leeftijden (van de schepen) variërend van
piepjong tot uiterst bejaard. Hierdoor varieert mijn ervaring ook enorm, in
alle opzichten. Ook ik moest eraan
geloven om voor de STCW’95 certificering nog eens een cursus Advanced Fire
Fighting te doen, op eigen, belachelijk hoge kosten - ook geen belastingaftrek
meer mogelijk - waarbij het enige verschil met mijn alle drie voorgaande
cursussen, die opeens niet meer geldig waren, bestond uit je gaar te laten
braden in een container vol met brandhaarden, zodat je aan den lijve kon
ondervinden hoe heet het is als je een brand moest gaan blussen. Ik ben blij
dat ik geen chirurg geworden ben, want dan had ik natuurlijk eerst alle
operaties zelf moeten ondergaan, voordat ik een certificaat kon krijgen welke
mij de bevoegdheid gaf om te opereren. Ik weet vrijwel zeker dat als er
werkelijk een brand uitbreekt aan boord van een schip (de kans daarop is
tegenwoordig veel geringer dan vroeger, maar heeft wel èrg veel meer nadruk
gekregen) het er absoluut anders aan toe zal gaan en dat je in elke situatie
zal moeten evalueren welke maatregelen daar met de sterk ingekrompen, meest nog goedkope, onervaren bemanning het beste toepasbaar zijn. Het
moeten ervaren van de zeer hoge temperaturen, die menigeen een blaar heeft doen
oplopen wegens niet passende beschermende kledij (door te hoge kosten daarvan is niet altijd jouw maat beschikbaar)
komt erg belachelijk over en heeft geen enkel steentje bijgedragen aan mijn
reeds bestaande kennis van het bestrijden van branden, let wel: op zeegaande
schepen, niet in containers. Ik hield er wéér geen gevoel van over er iets bij te hebben
geleerd. In de praktijk, op de schepen zelf, oefenen we, als het goed is, zeer regelmatig in het
bestrijden van calamiteiten, waarbij alle aspecten aan bod komen, welke dan
vooral gelden voor het schip met zeegang waarop men zich dan bevind, niet in een stationaire container. Dát
is wel uiterst leerzaam en zal zeker bijdragen tot een grotere kans te overleven
in het geval van een calamiteit (met behoud van schip en lading, lekker voor de eigenaren), alle tè reëel
uitgevoerde brandbluscursussen ten spijt. Ik was eens geplaatst op een schip in Aberdeen, onder Britse vlag. Ondanks alle Europese en internationale normen/standaards (?) moest ik daar een apart Certificate of Equivalent Competence aanvragen, tegen betaling van een aanzienlijk bedrag, zelf betalen a.u.b., waarbij ik een heus examen kreeg van een ambtenaar van de Britse Scheepvaartinspectie, de MCA, voordat ik de aanvraag zelfs maar mocht insturen. Weliswaar kreeg ik voor drie maanden dispensatie, maar als ik daarna het gewraakte papiertje niet had (terwijl men bij de uitgevende instantie zodanig was overbelast door die maatregel, dat men minstens een half jaar op achter liep) mocht ik niet meer op een schip onder Britse vlag varen! Ik had vroeger op school altijd begrepen, dat ik met mijn C-diploma op alle schepen van de wereld mocht varen. Dat was vroeger ook zo, al waren het dan meestal nog Nederlandse ook; die had je toen nog. Van een Europese standaard mag natuurlijk helemaal niet gesproken worden. Het STCW’95 Certificate, met het doel internationale standaards neer te zetten, zo moeizaam verkregen op een moment dat iedereen het moest hebben, vermeld: Chief Engineer, Unlimited. Dat moeten we dus ook niet zo letterlijk opvatten, want dat geldt alleen in het land van uitgifte; een nog veel verdergaande beperking van de bevoegdheid dan waar dhr. Veninga het in zijn betoog over had. De Engelsen houden zich aan deze internationaal overeengekomen regel, maar het was voor mij toen de eerste keer dat ik ervan hoorde. De MCA-ambtenaar wist me te vertellen, dat vele landen zich van deze regel niet veel aantrekken (of bewust zijn), maar zíj hielden zich er wel aan, om te voorkómen dat er bemanningen op hun schepen kwam varen die door een gebrek aan kennis van hun taal, ondanks het bezit van het STCW’95 Certificaat, de schepen, hun lading of bemanning in gevaar konden brengen. Hoe serieus dat in Rijswijk werd genomen werd me door een collega uitgelegd: hij moest urenlang wachten op zijn Nederlandse certificaat, want er stonden lange rijen voor het loket, vanwege alle buitenlandse zeevarenden die een Nederlandse Vaarbevoegdheidbewijs kwamen halen. Niks examen, gewoon betalen en je hebt het! Dat levert een veel veiliger situatie op de schepen op, zeg! Dat we dat niet eerder hebben verzonnen! Dat had vast een paar dode zeelui kunnen schelen, wat! De vooruitgang is niet te stuiten, dat is wel duidelijk geworden, maar niet heus. Wat een standaard!! Petje af!!! Dat zal een aantal mensen vast wel veel geld hebben opgeleverd. Geen corruptie in de scheepvaart?? Alleen maar corruptie dus, over het lijk van Jan de Zeeman. Al die internationale
inmenging heeft dus nog steeds niet kunnen bewerkstelligen dat er een uniform
beleid wordt gevoerd, misschien wel juist daarom niet. Nu is er eindelijk in Nederland
geen aparte keuring voor het gehoor en voor de ogen van
scheepswerktuigkundigen meer, gewoon in de jaarlijkse lichamelijke keuring voor de offshore opgenomen. Die keuringen,
met minimale vereisten,
zijn nu bij de gewone lichamelijke keuring getrokken, al blijft het belachelijk dat je als WTK het gefluister van een muis op tien meter afstand moet kunnen horen en dan in een machinekamer mag werken waar de decibellen bijna niet meer op de meter passen.
Onze keuringsartsen verdienen tenminste nog een goede boterham aan de zeeman, zullen we
maar zeggen, want ook die kosten zijn belachelijk hoog (singapore: S$ 450!). Nog niet zo lang geleden werd ik gekeurd voor een Maleis tripje: de 'arts' klopte eens op de borst, luisterde met zijn stethoscoop op mijn T-shirt en vond mij na minder dan 30 seconden onderzoek absoluut prima geschikt voor alles wat met een schip te maken had; even afrekenen graag met de assistente. Ook heeft de mooie vernieuwde
regelgevingen nóg
(en ook: wéér) niet kunnen bewerkstelligen dat de algemene kwaliteit van de bemanning omhoog
is gegaan - eerder is het omgekeerde het geval. Nog steeds gebeurt het dat je door (veel) te weinig en (veel)
te onervaren
bemanningen, met wie je vaak niet eens kunt converseren anders dan met
gebarentaal, werkdagen van 48 uur moet maken om het schip te laten doen wat het
moet doen, compleet met verontwaardigde gezichten van die nutteloze bemanning
die vindt dat ze niet met respect behandeld worden en niet het gevaar beseffen
van de situatie waarin zij (en jij!) kunnen verkeren. De zuigerveergroeven in de zuiger schoonmaken met een slijptol! Huppelen die zuigerveren tenminste lekker op en neer! Of zeeinlaatafsluiters (ja, die vóór het filter!) los sleutelen; ik garandeer je dat je eventjes bezig bent, voordat je de waterinstroom hebt gestopt, met minstens een nat pak als dankbaar resultaat. Aan de wal gaat men gewoon na acht
uur werken naar huis, maar aan boord wordt er van je verwacht dat je doorgaat
totdat het schip weer geheel klaar is om op veilige wijze verder te kunnen varen. Dat je daarbij veel te lange werkdagen
maakt is geheel niet belangrijk voor de echte verantwoordelijken, de directie
van scheepvaartbedrijven. Dat zijn de mensen die je opschepen met het goedkope,
laag gekwalificeerd personeel, zodat je die lange dagen wel moet maken. Men rekent
erop dat je gewoon doorgaat, totdat alles weer goed draait, waarbij een enorme
inventiviteit komt kijken, want ook op de hoeveelheid en de kwaliteit van de
onderdelen en materialen is veelal behoorlijk bezuinigd, of het is aan boord
gewoon niet bijgehouden door zo'n 'goedkope' werktuigkundige. Er zijn zelfs
wettelijke bepalingen dat je door moet gaan als het de veiligheid van het schip
betreft, en dat is het al gauw natuurlijk; dat STCW-rusttijdenlijstje zal de kapitein wel inleveren. Doorgaan totdat je afborrelt, al
heeft die opmerking mij al eens een schorsing (en daarna mijn baan) gekost! Ook de Scheepvaartinspectie
treft grote blaam. Zij geven de Safe Manning Certificaten uit, waarin staat met welke
minimale bemanning men moet varen (en meer krijg je ook echt niet). De Raad van de Scheepvaart berispte laatst
een kapitein, omdat hij geen uitkijk op de brug had geplaatst tijdens de doorvaart
van het altijd drukke Engelse Kanaal, maar zij voldeden wel aan alle vereisten,
want er was een Safe Manning van ZES (!) MENSEN aan boord. Ik weet zeker, dat als
de kapitein de kok op de brug had gezet als uitkijk hij daarover berispt zou
zijn wegens de onervarenheid als uitkijk van de aardappelkoker.
Aan zo’n uitkijk zou je als kapitein ook niet veel waarde hechten, maar anderen
waren er niet. Je bent dus wel altijd de klos als er wat gebeurt, de mensen die
de regels bepalen zijn dat nooit. De Scheepvaartinspectie had zich daar dus wat dieper over moeten
buigen, want ook bij calamiteiten blijkt steeds meer, dat men met nèt
voldoende mensen aan boord zit om het schip varende te houden als er
niets ernstigs gebeurd, maar te weinig mensen in het algemeen om iets anders te doen dan het
schip verlaten bij calamiteiten (en dan gelijk het gevang in wegens nalatigheid, dan borrel je tenminste niet af en het eten is vergelijkbaar van kwaliteit), terwijl de leiding van de scheepvaartbedrijven het liefst geld
toe krijgt als men bemanning plaatst, maar omdat zoiets nog niet is uitgevonden
betaalt men de allerminst toelaatbare gage, maar verwacht tegelijkertijd wel het
maximale. Je zult er maar voor staan als Kapitein of HWTK, terwijl alleen je
spiegelbeeld begrijpt wat je zegt, want de meeste zeevarende officieren zijn het Koreaans,
Chinees, Indonesisch, Filipijns, Maleis, Hondurees, Nigaraguanees, Russisch, Pools,
Estlandisch, Letlands, Joegoslavisch en ga zo maar een tijdje door, lang niet machtig (of ze komen er zelf vandaan), terwijl er noch
door de Scheepvaartinspectie noch door de rederijen een vereiste is neergelegd
dat de mensen ten behoeve van de veiligheid en de communicatie Engels kunnen
spreken. De positie is gevuld met een "I-know-nothing"-figuur (naar Fawlty Towers met John Cleese), met als gevolg dat als de kapitein of de WTK “stop” schreeuwt er
extra hard aan de handle wordt getrokken, maakt niet uit welke kant op, en met een glimlach van oor tot oor. De gevolgen zijn dan weer voor zijn
verantwoording, want jij mag het als leidinggevende aan boord zelf verder uitzoeken,
zonder enige support vanaf de wal die zich bij elk evenement dat niet in hun
draaiboek staat de handen ten hemel heft in hellistische onkunde en snel verwijst naar hun ISM-boeken en certificaten, die ze zelf nog niet ingezien hebben, maar waarvoor de bemanning moest tekenen: kloten geklaard. En dus: de Scheepvaartinspectie en de leiding van
de scheepvaartbedrijven treft geen enkele blaam, want aan de gestelde wettelijke vereisten (van henzelf dus) is
voldaan. Scheve schaatsen worden er gereden, slechts ten
doel hebbende zo weinig mogelijk geld uit te geven, zoveel mogelijk ervoor
terug te krijgen tegen een zo weinig mogelijke (lees: geen) verantwoordelijkheid. Geen corruptie?? Die
domme kapitein is tóch al wettelijk persoonlijk aansprakelijk, dus de rederijen hebben er weinig of geen baat bij
hem in zijn malaise te ondersteunen, zeker niet als het geld kost. De veelal
scheepvaart-onbekwame leiding van die scheepvaartbedrijven doen er ook alles aan
om de salarissen van de bemanning omlaag te krijgen (en die van henzelf omhoog). Ze zeggen te schreeuwen om
gekwalificeerd personeel, al zijn dat meestal slechts de zakkenvullende ondernemeningen, maar zodra je je aanbied en daarvoor een redelijk
prijs vraagt haken ze snel af. Je mag wel komen werken, omdat je (legaal zelfs!) gekwalificeerd
bent, maar je gage (en status) is gelijkwaardig aan dat van het goedkope, exotische
personeel, dat hun certificaten nog steeds om de hoek aanschaft voor de prijs van een fles slechte whisky, of wodka, al naar gelang. Het gevolg is dat er goed gekwalificeerd personeel los rondloopt
en dan snel verdwijnt in andere bedrijfstakken aan de wal (want ook hun schoorsteen moet blijven roken), terwijl men zegt om hen zit te springen, maar dat die mensen nog slechts via een al
dan niet bonafide uitzendbureau slechts tijdelijk aan de slag kunnen (meestal
om de brokken op te ruimen van het goedkope personeel) tegen een
zo mogelijk
nóg lagere gage, vooral geen pensioen of enige sociale zekerheid, maar zeker geen continuïteit. Op die wijze
is het vanzelfsprekend onmogelijk gemotiveerd personeel te krijgen èn te
behouden. Ondertussen willen de rederijen wel dat, als je dan eindelijk via zo’n
uitzendclub aan de gang bent gegaan, je zoveel mogelijk verantwoordelijkheid op
je neemt, vooral voor zaken waarvoor zijzelf verantwoordelijk zijn, maar welke
zij maar al te graag afwimpelt (veelal bij gebrek aan kennis) op de gekwalificeerde zeevarende. En die heeft het maar te
nemen. De vreemdste opdrachten krijg je soms en je moet van goede huize
komen om uit te kunnen leggen waarom het gevraagde niet kan of mag worden uitgevoerd. Zo heb ik eens mogen
ervaren dat de directie mij schorste, omdat ik niet meer kon doorvaren voor
een reis van nóg eens twee weken met een motor die meer dan drie vaten smeerolie per dag
verslond, terwijl er nog voor vier dagen resteerde, waarbij er dagelijks
minimaal één kop getrokken moest worden omdat er een gat ter grootte van je
vuist in een uitlaatklep zat en de enige zware olieseparator, met een bowl in
een zodanige onbalans dat de fundatiebouten ervan scheurden, de dagtank niet
meer vol kon houden. Men vond dat ik de gasolieseparator maar moest gebruiken
voor de zware olie
en had er geen begrip voor dat de motor ingrijpend technisch (en puur achterstallig!) onderhoud
behoefde. Die motor was ontworpen voor gasoliegebruik, maar men vond dat het
een stuk goedkoper was om op een zwaardere brandstofblend te varen, het onderhoudsschema onderging natuurlijk geen wijziging, met alle gevolgen van dien. Je hebt het
maar te nemen van die op geld beluste domkoppen. Over lijken gaan ze (de onze!), totdat je afborrelt kennelijk. Eens heb ik een mooi
contractje voor een reisje van enige weken aangeboden gekregen van zo’n gerenommeerd uitzendbureau,
I.P.S. in dit geval (dat staat voor Interocean Personnel Services, jawel), die gewoonweg illegale
bepalingen kende. Een pracht voorbeeld van zo'n bepaling was, dat het contract per onmiddellijk ophield als men (aan boord dus)
ziek werd. Met andere woorden: als de Filippijnse kok, die voor het eerst in
zijn leven een koelkast ziet en die dus als opslagruimte (hij zette er zijn schoenen
erin! Net als thuis dus!) gebruikt, zich loopt te
schurften, waarbij er minstens één horlogeveer en een kruismijt
in de soep komt, waarvan je een
dysenterie oploopt waar je "U" tegen zegt, ben je gelijk verlost van je inkomen.
Het staat er echt in, je dient het maar te nemen, en als je dan toevallig wat
krijgt aan boord moet je dat later, desnoods weer voor een rechter – tegen hoge
kosten – uitvechten, waarbij je weliswaar in het gelijk wordt gesteld, maar
daar wel duur voor heb moeten betalen. Een eventuele volgende reis met die
club kun je dan (gelukkig) ook wel vergeten, want rancuneus zijn ze zéker. Ik heb beleefd
het contract geweigerd, wat ook al niet in dank werd afgenomen en ik heb nooit meer
voor ze mogen varen; ze beantwoorden mijn (plaag)email niet eens meer. T.O.S.
(Transport and Offshore Services) is ook zo’n club geworden, sinds oprichter Joop Keesmaat de zaak heeft overgedaan aan zijn compagnon, die de zeevarende als vee
behandelt, zich vijandig en rancuneus opstelt als je iets van zijn wanbeleid zegt en onderwijl zijn zakken vult met jouw noeste arbeid. Al heb
je gelijk, gelijk krijgen doe je nooit. Zo is de scheepvaart verworden tot een
soort maffia-praktijk, terwijl men bouwt op het ouderwetse gevoel van toen een
zeeman nog zeeman was (en kon zijn), maar nu dus als melkkoe wordt
gebruikt door de uitbaters van zo’n uitzendclub: veel geld aan je verdien en
je met de nek niet aankijken. Op een ander schip, "Spaarneborg", de
grootste (destijds) van "Koninklijke" (jawel) Wagenborg, gekscherend "Wagenzorg" genoemd door haar employees en niet omdat het zo zorgeloos is om voor ze te werken, werd mij niet de mogelijkheid
gegund de computerprogramma’s voor de onderhoudsplanning te gebruiken. De
toegangscode werd mij geweigerd; ik moest alle gewenst veranderingen maar op
een email (kopie kaptein) zetten, dan zou de (veel) lager gekwalificeerde maar veel beter gewaardeerde
"technische inspecteur" (met wel een stuk of drie vaarjaren - of waren het maanden?) op kantoor wel eens bekijken of dat
ook uitgevoerd zou mogen gaan worden. Men wilde op kantoor alle controle houden, en de verantwoordelijkheid elders, maar de Scheepvaartinspectie
vond dat het onderhoudsprogramma niet voldoende deugde om het
'onbemand'-certificaat te behouden. Als gevolg daarvan werd mij verzocht van de
afgelopen maanden alle onderhoud in een formulier te schrijven. Alleen was dat
formulier, mij toegestuurd door diezelfde 'ervaren technische inspecteur', afkomstig van een totaal ander schip (zelfs het aantal cilinders van de hoofdmotor was anders) en dus niet direct toe te passen ("verander dat maar even" - ik had toch niets anders te doen met twee man personeel in de nieuwe machinekamer), terwijl ik er een extra
motorman bij kreeg om het verplicht bemand varen op te vangen. Alsof een
motorman de bevoegdheid heeft om zelfstandig wacht te lopen op een schip van
dergelijke afmetingen! Niet van deze wereld bij die club, en zo creëert men de
'never-come-back-lines' en geeft de 'onwillige' bemanning de schuld. Omdat het mij een stuk
gemakkelijker leek om gewoon de toegangscode te geven om dat direct in het
daarvoor ontworpen programma te schrijven, dan om een formulier van 25 pagina's eerst te
herontwerpen, te laten goedkeuren door de beste man aan de wal
en die dan met terugwerkende kracht van enkele maanden met de hand in te vullen
gaf ik, beleefd als ik ben, een weigering door. Voor straf wilde men mij naar een veel kleiner
bootje sturen, waarop alleen bemanning uit goedkope landen (Russisch in dit
geval, en als ik ergens een hekel aan heb ....) voer, behalve de kapitein (al is daar nu ook verandering in gekomen!) –
de arme man. Dat ik daar niet voor voelde lijkt me duidelijk; duidelijk was ook
dat er geen motivatie meer was om voor dit Nederlandse bedrijf te blijven
werken. Weggepest door onwillig en ondeskundig walpersoneel, die een te grote vinger in de pap willen hebben en geen verantwoordelijkheid hebben of durven dragen, maar wel klagen dat men geen
personeel kan krijgen. De rechtzaak is thans voorbij. De laatste slag heb ik dan verloren, mede dankzij valse getuigenissen van mensen van wie hun inkomen van dat bedrijf mede afhankelijk is, al moest er diep gegaan worden en heeft het Wagenborg financieel vast meer gekost dan het opleverde (kunnen zij weer van de belasting aftrekken, een faciliteit die Jan de Zeeman nog steeds niet heeft mogen genieten). Maar dat was natuurlijk niet het criterium; als ik had gewonnen had Wagenborg hun personeel niet meer onder de duim, want dan was de stok achter de deur niet meer beschikbaar! Het moest als voorbeeld dienen, want normaliter zou je van een werkgever met ambities niet verwachten dat ze zo diep zouden gaan. Het had veel simpeler kunnen aflopen, maar kennelijk stond er veel voor hen op het spel. Men is ten zeerste behept
met de veiligheid van de zeevarende, natuurlijk. Vandaar dat men al die mooie regels heeft
bedacht die het voor ons zeelieden zo veilig moeten maken, al ziet de ervaren zeevarende, onwetend als hij is, niet
altijd direct in waarvoor die regels er zijn: voor hen of voor hun, want hun
boterham is dik belegd en voor hen, de zeevarende, blijft het sabbelen! We moeten dus niet uit het oog verliezen, dat het
alleen maar draait om geld, en dat is niet het geld dat de ervaren zeevarenden zouden
moeten krijgen omdat zij zulke enorme specialisten geworden zijn op allerlei
vakgebieden, waarvoor men heeft bedacht dat we toch echt een (herhalings)cursus nodig
hebben om zo’n boot te kunnen varen. Deze cursussen zijn bedacht door mensen
die de hele dag niets anders te doen hebben dan over hun beperkte vakgebiedje te bedenken
wat er allemaal wel niet fout zou kunnen gaan, vooral als men goedkoop materieel aanschaft en goedkoop en niet
terdege opgeleide exotische personen gebruikt dat te bedienen en te onderhouden. Hieruit destilleert men dan
zorgvuldig een cursus die Jan-de-Zeeman, dom als die in de rimboe geboren is, klaar moet
stomen om dat kleine stukje vakgebied beter te beheersen dan degene die de cursus bedacht, zodat men minder bezorgd kan zijn voor
alles wat fout kan gaan. Het is natuurlijk alleen maar bedoeld om de verzekeringsmaatschappij
gerust te stellen, zodat hun geld veilig gesteld is in alle
omstandigheden tegen een lage premie, dus mag het ook niet veel kosten, want je krijgt er meestal niets voor terug. Veelal heeft de zeevarende officier echter een betere
opleiding genoten dan degene die dergelijke cursussen in elkaar zet, zodat de
cursussen steeds weer met de ervaringen van die zeevarenden aangepast moeten
worden, die dan ook weer opnieuw genoten moeten worden á raison van,
natuurlijk. Dat wel. Men is zo bezorgd om de veiligheid van de zeeman, dat als de zeeman een onveilige situatie aankaart welke slechts met veel geld veilig gemaakt kan worden, de klager wordt ontslagen en vervangen door iemand die alles gewillig over zich heen laat komen. Een zogenaamde 'Technisch Inspecteur' (zijn vrouw kon er niet tegen als hij op zee zat, dus deed hij dat maar en zijn ervaring van wel twee jaar vaartijd kwam goed van pas) van Kahn Scheepvaart (Jumbo Shipping) vertelde me, dat de kapitein moest doen wat hij wenste, anders kwam er gauw een andere kaptein. Hij voer een week of wat mee wegens technische problemen, die de Russische bemanning niet kon oplossen (hij ook niet, dus zo'n Willy Wortel was het niet), maar had zelf geen enkele overlevings- of veiligheidscursus gevolgd! Daarin voorziet STCW'95 niet! Enige blijk van nautisch kennis gaf hij ook niet, maar kon (en mocht kennelijk van de directie) wel een kapitein van een schip beoordelen en eventueel laten vervangen! Jawel! En dan noemen ze mij arrogant! Andere ervaringen heb ik ook, bijvoorbeeld met asbesthoudende materialen aan boord. Kijk maar verderop in deze site. Nou, en als je eenmaal door die
malle molen van allerlei verschillende soorten cursussen, (her)certificeringen, (her)keuringen en aan verandering onderhevige internationale regelgeving (zwart is opeens wit geworden) heen bent en je tevens op de hoogte hebt gesteld van
alle wettelijke vereisten en verantwoordelijkheden, waarop men persoonlijk
aangesproken kan worden, die door de diverse regeringen gehanteerde normen ook nog eens aanmerkelijk kunnen verschillen, mag je aan boord Jan de Zeeman spelen. Het blijft echter wel bij spelen, want aan de wal zitten de mensen die je vertellen wat je wel of wat je niet moet doen, in welke situatie ook, niet gehinderd door enige kennis van die zaken waarvoor wij zo vele cursussen hebben moeten doorlopen. Soms komen ze zelfs aan boord en denken dan boven de functie van HWTK en kapitein te staan. Ze varen mee zonder enige vaarbevoegdheid – zelfs een basis overlevingscursus op zee hebben ze dus niet, maar geven wel de HWTK en de kapitein opdrachten, welke bij weigering zijn baan kost. Die opdrachten krijg je dan niet zwart op wit, zodat ze er later op aangesproken kunnen worden, maar mondeling. Bij teveel tegengas heet het dat je niet meewerkt en krijg je de ene uitbrander na de andere, óf gelijk óf uiteindelijk ontslag en wordt je op de zwarte lijst gezet. Zoals hierboven geschreven: uit de mond van zo’n arrogante technisch inspecteur heb ik persoonlijk horen zeggen, dat als de Op offshore-schepen is er
vaak een superintendent, ofwel een offshore installation manager (OIM), meestal
zonder maritieme achtergrond, die de verantwoordelijkheid heeft voor de
productie of constructie. Dergelijke personen krijgen naast een enorme gage ook
alle bijval van de directie. Dat ze daarbij aan die hooggeleerde kapiteins of
scheepswerktuigkundigen de meest (wettelijk of technisch) onmogelijke opdrachten geven welke
het schip direct in gevaar brengen maak daarbij niet uit. Slikken of stikken is
het, want zíj zijn de baas, ongeacht wetten of andere nautische zaken. Het
gekke is, dat het meestal nog goed afloopt ook, al is dat dan niet te
danken aan de inzet van een dergelijke superintendent maar vooral aan die van
die enorme allrounders die (legitiem gecertificeerde) zeevarenden geworden zijn. Dat zijn de enige ter
zake kundigen, al wordt dat meestal onderkend. Aan de andere kant gebeurt het ook vaak genoeg dat een onwillige, onwetende despoot van een kapitein, die denkt Jezus te hebben uitgevonden en dus God is, alvast zíjn onredelijke regeltjes oplegt aan iedereen die aan boord van zíjn schip verblijft en de zeeman het leven behoorlijk zuur maakt. Dat kan op allerlei manieren, maar meestal is het gewoon ziekerij en pesterij. Je kunt elkaar aan boord niet ontwijken, dus zolang je aan boord bent kan zoiets doorgaan. Hiervoor is geen enkele bescherming voorhanden voor de rechtgeaarde zeeman, die alles maar moet nemen totdat hij eindelijk wordt afgelost. Soms kan zo'n reis dan een ware bezoeking zijn. STCW'95 geeft hiervoor ook geen oplossing. De kapitein is en blijft dé belangrijkste man aan boord en wordt altijd op zijn woord geloofd, al is dat soms verre van de waarheid. Soms is de enige mogelijkheid om zelf ontslag te nemen en de gevolgen daarvan maar voor lief te nemen. Die gevolgen zijn meestal financieel en beginnen meestal met het zelf betalen van de terugreis, soms ook die van degene die je gaat aflossen. Wie heeft een oplossing voor dit soort zaken? STCW'95 zeker niet! Maar mijn keuze is niet moeilijk. Als er gekozen moet worden tussen werk of leven kies ik altijd zonder verder nadenken voor LEVEN. Dat zou iedereen moeten doen. Soms kun je het gewoon bij één reisje laten en de werkgever in zijn vet laten gaarsmoren. Wat
moet er dan wel gebeuren (en wel het liefst zo snel mogelijk)?
Van enig sociaal leven is
tegenwoordig toch al geen sprake meer wegens de absoluut minimum hoeveelheid
personeel, die daardoor meer dan een dagtaak hebben en niet meer aan de eigen
rust toekomen, alle regels ten spijt – daar kijkt men pas naar als het is
fout gelopen en dat gebeurt meestal niet. Bovendien zou ik ze niet graag de kost
willen geven die in opdracht van de reder, of zijn vertegenwoordiger, de
werkstaten naar de legale eisen illegaal bijwerken, dus niet naar de werkelijkheid. Ik heb
een kapitein meegemaakt die wilde dat ik het hele machinekamerjournaal ging
overschrijven en er dan een bepaalde passage uitliet, om zijn reder tevreden te
stellen, die wellicht een boete zou krijgen van de charteraar bij het bekend
worden daarvan. Ik heb dat vanzelfsprekend geweigerd, maar hij liet het zijn
Filippijnse radio-operator dan maar doen, compleet met valse
handtekeningen. De radio-operator, salaris US$700 per maand, had geen keus gekregen. Er zou
daarom nog eens extra kritisch naar minimum bemanning (safe manning) gekeken
moeten worden en die waar het reëel is en het de veiligheid ten goede komt
optrekken en niet, omdat dat de reder beter uitkomt, naar beneden afstellen. Nu is het nog zo dat de
kapitein, en ook de hoofdwerktuigkundige, bij calamiteiten van welke omvang
dan ook, maar denk eens aan olielekkage in zee, persoonlijk verantwoordelijk worden gesteld door
internationale overheden, en dan soms ook voor lange tijd in de gevangenis
terecht kunnen komen, onafhankelijk van het feit hoe die calamiteit is
ontstaan. De zeevarende officier dient hiertegen mondiaal beschermd te worden. Ook hier
moet gelden, dat de verantwoordelijkheid daar gelegd móet worden waar die thuis
hoort, terwijl de zeevarende meestal gedwee de opdrachten van de reder
uitvoert, goed of fout, en op schepen wordt geplaatst die ze ook niet van
tevoren eerst mogen onderzoeken op hun deugdelijkheid en staat van onderhoud, om
nog maar te zwijgen over de beperkte middelen die men van de reder meekrijgt.
Zo in de trant van: "Ach joh, in de praktijk valt het reuze mee. Ik heb er toch ook op
gevaren en dat ging best goed!" Stemmingmakende onveiligheden, nietszeggend, maar je zult
er maar op gezet worden. Ik heb er zelf de laatste jaren het motto op nagehouden:
"Niet goed? Zo snel mogelijk weg!", want ook ik heb een gezin en zij
zien me graag weer heelhuids terug. Het is helaas een lang verhaal
geworden, want kennelijk is er nogal wat loos op het gebied van de zeevaart en het
verdient verbetering. Er zit echter weinig tot geen schot in. Wellicht is er een lezer/bezoeker van mijn site die iets
kan betekenen op dit gebied. Het is bijna te laat, maar haast is geboden
om het klimaat voor de (Nederlandse) zeevarende te verbeteren. De dreiging is dat we er
straks alleen nog maar over kunnen schrijven en lezen en dat onze lange
historie van een zeevarend land ten einde is gekomen door wan- en misstanden
bij de scheepseigenaars, het gevolg van veel te ver doorgevoerde regelgeving in een poging personeel uit
goedkope landen te dwingen de kwalificaties aan te brengen die men van hen mogen
eisen. Het was gemakkelijker geweest er nooit aan te beginnen dergelijk
personeel aan boord te zetten. "Goedkoop is duurkoop" en "alle
waarde naar z’n geld" blijven gezegden met een waarheid als een volwassen
koe, maar
het meest steekt het dat de hoogste verantwoordelijken – de rederijen - hun
verantwoordelijkheid steeds weer (kunnen) ontlopen, onder het mom van de
"moordende concurrentie" of anderszijds, maar het gaat er natuurlijk altijd en
alleen maar om méér geld te krijgen en daarbij
de
mogelijkheid te hebben de eigen verantwoordelijkheden af te kunnen schuiven
op onschuldige gemanipuleerde zeemannen. Daar
móet een halt aan toe worden geroepen;
wie helpt me daarbij! Pas dan wordt het weer veiliger op de schepen
en kan het beroep van zeeman weer voldoende interessant worden
gemaakt voor jonge Nederlanders om de zeevaartscholen te bevolken en ook te gaan varen,
want er bestaat absoluut geen beroep in de wereld dat ook maar enigszins op
dat van de zeeman lijkt. |
Het zou geweldig zijn om hierop meer positieve reacties te ontvangen van gelijkgestemden, zodat, bij aanzienlijke hoeveelheid daarvan, de hierbovengenoemde punten van discussie aan de wetgevers kunnen worden aangeboden of bekend gemaakt. Klik daarom op antwoordknop om een emailberichtje te sturen met uw mening. Wellicht dat men de reders tot het gebruik van gezond verstand kan aanzetten, mede ter bescherming van de Nederlandse Zeevarende, want als we op de bonden of op de reder zelf moeten wachten, zullen we alvast wel een paar decennia begraven liggen. De Nederlandse Zeevaart is dan al lang afgeschaft. We kunnen dan nog slechts de verhalen lezen over de geweldige tijd die de Nederlandse Zeevarenden hadden in een Zeevarende Natie die Nederland was en waarbij steeds nieuwere technieken werden uitgevonden en toegepast. Verloren gegane glorie dus.
Natuurlijk zijn ook minder positieve, zelfs (in nette taal opgestelde) negatieve reacties op dit verhaal welkom. Ik ga geen discussie uit de weg, maar hoop wel dat ze kunnen bijdragen tot verbeteringen in de scheepvaart, vooral voor de zeevarende, zowel nationaal als internationaal.
Het aantal reacties is wat aan de lage kant tegenwoordig. Zijn de zeelui aan het uitsterven of wordt de strijd gewoon opgegeven, murv door nog weer meer certificaten, (dubbele) photo-ID's, controles, trainingen en andere onnodige en onzinnige tijdsverspillingen in je zuurverdiende verlof? Moet dat blik met domme chimps dan maar opengetrokken worden? Reageer dus!!!
Er moet toch een keer een einde komen aan dat gemier met zeelieden, wat!
Het Weerzien van een Oud Schip
Er komen er vast nóg meer,
dus blijf kijken op deze pagina!

Lees hier ook de binnengekomen reacties!!