© 2004, Martin Baltes
Toen ik eind january 2002 uiteindelijk, na vele uiterst vervelende, haast mensonterende controles van de Amerikaanse immigratie en luchthavencontroleurs, door een chauffeur naar het schip was gebracht dacht ik voordat ik de gangway opstapte: "hier eindigt de geciviliseerde beschaving". Zo'n oud bakkie had ik nog niet gehad; zelfs in de avondschemering zag het er niet uit. Ik loste een Mexicaanse Chief af; hij had een half uurtje om over te dragen, terwijl hij nog aan het inpakken was, in een klein hutje aan stuurboords zij. Het hutje was duidelijk vervuild door allerlei soorten van vuiligheid op de vloerbedekking, maar vooral doordat men er met oliebesmeurde werkschoenen op had gelopen. De vlekken liepen door tot in het aparte slaaphutje. Als de olie al tot in het hutje doorloopt, dacht ik, zal het wel weer zo'n bootje zijn, waar je continue aan moet werken om het gaande te houden. En ik was nog niet eens beneden in de machinekamer geweest! De kapitein, afkomstig uit Duitsland, kwam me vertellen, dat zodra ik me er confortabel mee voelde ik de motoren kon starten om te vertrekken, maar hoe eerder hoe beter. De Mexicaan vertrok, met weemoed in zijn ogen, en ik bleef achter met een tweede wtk uit Uruguay, die me snel het kleine machinekamertje liet zien. Er stonden zelfs gelijkstroomgeneratoren en motoren in; daarmee had ik in mijn hele carrière van 27½ jaar niet gewerkt! DC werd gebruikt voor de aandrijving van een tunnelthrustertje achter en voor de aandrijving van de standby smeeroliepomp van de hoofdmotor en die van de tandwielkast, vertelde Léon. De pompen en DC-motoren van de waterpompen (koelwater, bilge/ballast) waren zover heen, dat ik die er later uitgesloopt heb en vervangen heb door AC gedreven pompen, hetgeen een enorme ruimtewinst opleverde. De hoofdmotor van een type waarvan ik nog nooit had gehoord en welke zelfs een aangebouwde zeekoelwaterpomp had (ook nog nooit meegemaakt) was volgens Léon niet helemaal zo goed meer. Hij was niet meer in staat het maximale vermogen te leveren. Hij dacht dat er nog maar 50% over was; later kwam ik er achter dat dàt zelfs nog overdreven was. Na mijn afstellingen was het wat beter. Léon kon alles wel starten, dus "doe dat dan maar", zei ik. Het was nog wel mijn shift en hij had al de hele dag gestaan wegens een reparatie aan de verstelbare schroef hydrauliek, maar hij kon nog wel even doorgaan, zodat ik kon gaan slapen als we onderweg waren. Het bleek een prima collega te worden/zijn.
MV  'SEAWAY INVINCIBLE'
Stolt Offshore Ltd.
Links één van de DC generatormotoren en het DC-schakelbord. Hierboven de electrische heater van de smeerolie-separator, die al sinds mensenheugenis niet was gebruikt.
Hierboven de twee nieuwe AC-generatormotoren; het schakelbord zat daar weer achter. Rechts het blok staal van de Ruston & Hornsby hoofdmotor waaruit nog zo'n 750 kW geperst kon worden.
Samen met de Filippijnse motormannen hebben we er het beste van proberen te maken. We zijn schoonmakend en schilderend aan de slag gegaan, hebben rotte pompen en zelfs een startluchtcompressor eruitgesloopt en vervangen door moderner materieel. De smeerolieseparator hebben we een grote overhaalbeurt gegeven, er waren onderdelen voor handen, en na veel problemen toch aan de praat gekregen. De smeerolie van de hoofdmotor was zo vervuild, dat we begonnen de separator, nee niet zo eentje die zelfs sludged, om het half uur schoon te maken. De motormannen deden het zonder te mokken en al gauw konden we de tijd langer maken. We eindigde ermee, dat hij nog maar één keer per dag moest worden schoongemaakt. Waar de rotte pompen waren weggehaald werden nieuwe pompen geïnstalleerd, die ik electrisch aansloot in het schakelbord. De open gaten in de machinekamer- beplating (van ijzer) werden keurig gedicht, de vloerplaten werden opnieuw in de verf gezet. Op het technische vlak werd de hoofdmotor geoptimaliseerd zodat er nog wat aan vermogen uit kwam. Ook werden er problemen met de besturing van de verstelbare schroef opgelost. Een nieuwe startluchtcompressor kwam en werd geplaatst, de kabels werden getrokken en aangesloten. Het begon er weer een beetje uit te zien. Zelfs de kapitein, Kai, werd enthousiast en zei dat hij dat nog nooit had meegemaakt, dat er verbeteringen werden aangebracht. Mijn hut liet ik helemaal uitsoppen, zodat het een beetje leefbaarder werd. Het scheepje gedroeg zich verder prima op de soms behoorlijke golven van de Golf van Mexico, dus werd het toch nog een gezellige trip, waarbij we elke twee weken de haven in kwamen, waar we dan even konden winkelen, een biertje pakken en een Amerikaanse hamburger konden eten. Na zes weken kwam er abrupt een einde aan de reis toen hij in Fourchon werd opgelegd. Onderweg moesten we eerst nog bijna een redding verrichten.